copypast_protection

maandag 20 mei 2013

PAULINE RÉAGE – HET VERHAAL VAN OPAULINE RÉAGE – HET VERHAAL VAN O


PAULINE RÉAGE – HET VERHAAL VAN OPAULINE RÉAGE – HET VERHAAL VAN O

In het kielzog van ‘Fifty Shades of Grey’ is de Franse SM-klassieker ‘Het verhaal van O’ (1954) terug uitgebracht. De geraffineerde roman van Pauline Réage degradeert E.L. James tot een derderangsschrijfster, vindt recyclezer Dirk Leyman.


hier vind u wat Etienne Vermeersch over Histoire d'O denkt:
AudioLink

Elk glossy magazine en lifestyleprogramma heeft er tegenwoordig de handen vol mee. Als je het moet geloven is half Vlaanderen driftig in de weer met lichte vormen van sadomasochisme en bondage. Blinddoek, kaarsvet en zweepje zijn onmisbare attributen in de bedstee geworden.

Zelfs het serieuze actualiteitenprogramma Terzake maakte onlangs een excursie langs gespecialiseerde winkels en stelde vast dat maskertjes en vaginale ‘balletjes’ ongemeen veel aftrek vinden. Zenders als Canvas en Vitaya springen dezer dagen mee op de kar om onze lusten visueel aan te vuren, met softporno van allerlei pluimage.

Is dat allemaal op het conto te schrijven van de fantasma’s van de braaf pennende huisvrouw E.L. James en haar helden Christian Grey en Anastasia Steele? Sinds het wereldwijde succes van haar ‘Vijftig tinten grijs’ – meer dan 65 miljoen verkochte exemplaren – is erotische literatuur salonfähig geworden. Niemand kijkt er nog van op als je aan de dis met vrienden het nieuwste master and servant-rollenspel met je partner uit de doeken doet. Aan sociologische bespiegelingen over het verschijnsel (én over mislukte vrouwenemancipatie) gaan we ons hier niet wagen – dit is tenslotte een literaire rubriek – maar zoveel is zeker: de ooit zo bedeesde Vlaming maakt een inhaalslag en popelt om zijn knellende, oude seksuele gewaden af te leggen.



‘Om van te kotsen’

Het onvermoede succes van de mainstream-BDSM van ‘Fifty Shades of Grey’ bracht uitgevers natuurlijk op ideëen. De meesten kwamen aandraven met nog flauwere derivaten. Maar de slimsten onder hen gingen grasduinen in de betere literaire erotica. Uitgeverij Lebowski richtte daarbij – geheel terecht – de blik op Frankrijk. Nergens vinden roeden en vulva’s immers een literair verantwoorder bedding dan bij onze Zuiderburen, van pakweg Rabelais via Markies de Sade tot Georges Bataille, Cathérine Millet en Michel Houellebecq. Lebowski haalde de memorabele SM-klassieker ‘Histoire d’O’ (1954) van Pauline Réage vanonder het stof, in de nog steeds voortreffelijke vertaling van Adriaan Morriën. Na herlezing besef je hoezeer Réage met deze merkwaardige parabel E.L. James degradeert tot een derderangsschrijfster in het SM-genre. “Onzedelijkheid is zo zelden zo onbevlekt bezongen”, noteert francofiel Bart van Loo in zijn ‘O vermiljoenen spleet!’ (2010) over ‘Het verhaal van O’.

De roman van Réage, waarin een vrouw zich vrijwillig blootstelt aan de totale seksuele vernedering als teken van ultieme liefde, veroorzaakte destijds schandaal, maar kon steeds aan een verbod ontkomen. De katholieke schrijversvorst François Mauriac vond het nochtans “literaire zeden om van te kotsen.” En in 1969, toen het boek in Nederlandse vertaling uitkwam, sprak feministe Andreas Burnier van een “literaire brok super-fascisme” en “masturbatiestof voor heren”, getuigend van “een SS-mentaliteit.” Ook Erica Jong, auteur van het vrijpostige ‘Het ritsloze nummer’, betitelde het boek als “walgelijk.”

Mystificatie

Toen was nog niet bekend dat zich wel degelijk een vrouw achter het pseudoniem verschool. Pas in 1994 onthulde Réage in een gesprek met The New Yorker dat haar alter ego Dominique Aury (1907-1998) verantwoordelijk was voor de intussen wereldwijde bestseller. Onder die naam was zij al vanaf de jaren dertig literair actief en speelde ze een vooraanstaande rol  bij uitgeverij Gallimard. Aury – om de mystificatie compleet te maken – heette trouwens in werkelijkheid Anne Desclos en bleek een onopvallende, wat timide vrouw, die je niet meteen met SM zou associëren. ‘Histoire d’O’ kreeg een introductie van de Franse schrijver en Sade-kenner Jean Paulhan, die in ‘Le Bonheur dans l’esclavage’ vurig de verdediging opnam en het “la plus farouche lettre d’amour qu’un homme ait jamais reçue” noemde. Geen wonder. Hij bleek de aanstichter van de roman. Aury had een geheime seksuele relatie met Paulhan, die ooit beweerd had dat vrouwen geen erotische romans konden schrijven. Toen er een einde dreigde te komen aan de affaire, zette Aury al haar literaire krachten in om te tonen dat ze het wél kon. En met het duistere onderwerpingsrelaas van ‘Histoire d’O’, hààr liefdesbrief,  wist ze Paulhan alsnog voorgoed aan zich te binden.

‘Elk ogenblik toegankelijk’

Het  verhaal van O – in 1975 matig verfilmd door Just Jaeckin – is anno 2013 nog steeds een behoorlijk ontregelende leeservaring. De roman plaatst zich ondubbelzinnig in de traditie van ‘Venus im Pelz’ (1870) van de Oostenrijker Leopold von Sacher-Masoch, de beruchte naamgever van de lust om pijn te doen. Het hoofdpersonage stemt in met seksuele slavernij, zij het dan tijdens strak geregisseerde rituelen. O, een fotografe in een modestudio, wordt herleid tot een lichaam dat steeds klaar moet staan om genot te verschaffen, als signaal van overgave. “Pauline wordt een O, een opening én een nul. Rond en leeg”, zoals het tijdschrift Les Inrockuptibles het onlangs schreef in zijn special ‘50 nuances de livres érotiques’. Mond, kut en achterwerk van O moeten “voortdurend en elk ogenblik toegankelijk zijn”, om het geslachtsdeel van een man te ontvangen.

Vanaf het moment dat ze door haar minnaar René (die ze mateloos vereert) naar een kasteel in Roissy is gebracht, wordt Pauline als het ware geestelijk en fysiek ontmanteld. Daar kunnen vier gemaskerde heren zich aan haar lichaam verlustigen, zo vaak ze dat willen. Als afgezanten van René, hun pikken als het ware verlengstukken van zijn liefde. Of René haar ook neemt, weet ze niet altijd. “Aan de blikken, handen en geslachtsdelen overgeleverd, onder de striemende slagen van de zweep, stortte zij zich in een vervoering waardoor zij ieder besef van zichzelf verloor en zich, misschien meer dood dan levend, geheel aan de liefde overgaf.” Loepzuiver, in fijn geciseleerde zinnen, beschrijft Réage hoe O zich opoffert, hoe ze geketend, geranseld en misbruikt wordt. De mannen (en knechten en assistentes) bereiden haar voor op sodomie, door een stang in te brengen die haar achterste opening systematisch verwijdt. Ze draagt lederen hals- en armbanden, waarmee men haar in een oogwenk kan ketenen. Haar smalle corsage benadrukt de vrijgelaten borsten waarvan de tepelkringen rood zijn aangezet. Na twee weken is ze voorgoed het publieke bezit van de kasteelheren, die ze niet mag aankijken, en krijgt ze een zegelring om de vinger, als geheim teken van haar nieuwe willoze status. Het is Sir Stephen, René’s Engelse stiefbroer, die de vernederingen en folteringen van O verder zal opschroeven, als een soevereine God de Vader. Hij zal haar brandmerken en uitlenen en haar geslacht doorboren, tot ze aan het eind, als trofee en “aanschouwelijk bewijsmiddel” geëxposeerd wordt op een bal. Haar uiteindelijke lot is onzeker, pleegt ze zelfmoord?



Aan zichzelf ontkomen

De opoffering van O krijgt in deze roman welhaast mystieke en religieuze dimensies. De referenties aan het kloosterleven zijn dan ook talrijk, haar boetedoening heeft zowel iets ascetisch als extatisch. De ranselingen bezorgen haar gekoesterde stigmata, net als de markering met roodgloeiend ijzer. Toch heeft het verhaal van O iets genadeloos kils, ondanks het woord ‘liefde’ dat O veelvuldig fezelt. Het boek is gaandeweg een verkenning van de meest donkere krochten van de seksualiteit (al gaat markies De Sade weliswaar nog een stap verder). Hoe meer O vernederd wordt, hoe geborgener zij zich voelt. “Dat zij in waardigheid toenam, doordat zij werd onteerd, was verwonderlijk, maar daarom niet minder waar”, staat er. Maar tegelijk wil ze “aan zichzelf ontkomen”,  zoals Adriaan Morriën het in zijn nawoord uit 1969 omschrijft. De krachttoer van Réage is dat ze de weliswaar eenzijdige verhoudingen tussen O en haar dominante minnaars geloofwaardig maakt, mede door haar zeer pure en uiterst beheerste stijl. Nét die maakt de pornografische ‘ontketening’ zo prangend. Bij momenten lees je trouwens een voorafspiegeling op wat Catherine Millet ervaarde in ‘Het seksuele leven van Cathérine M.’: een heilzaam identiteitsverlies door anonieme, vluchtige seks in gangbangs.

“Ik voorspel dat over honderd jaar ‘Histoire d’O’ nog steeds gelezen wordt, terwijl ‘Vijftig tinten grijs’ vergeten zal zijn”, schrijft Raymond van den Boogaard in zijn heldere voorwoord. Ik sluit me daar volmondig bij aan. De beste erotische literatuur is nu eenmaal tomeloos subversief en legt een troebel universum bloot, waarin het maatschappelijke corset compleet wordt afgelegd.



1 opmerking: